Irritaties in een team? Zo maak je van verschillen een kracht
In de trainingen die ik bij organisaties mag verzorgen, kom ik het regelmatig tegen. Mensen die met de beste intenties samenwerken, maar elkaar niet altijd begrijpen.
De één wil graag snel schakelen en besluiten nemen. De ander wil eerst de feiten op een rijtje hebben. De één denkt in mogelijkheden en gaat enthousiast aan de slag, terwijl de ander liever eerst onderzoekt of alles goed is voorbereid. Op zichzelf is daar niets mis mee. Sterker nog, deze verschillen kunnen een team juist sterker maken.
Toch ontstaat er in de praktijk regelmatig irritatie. We vinden iets van elkaars gedrag, trekken conclusies en spreken die niet altijd uit. Soms proberen we de ander zelfs te veranderen, omdat we denken dat onze eigen manier van werken beter is.
Maar wat als we niet zozeer last hebben van de verschillen zelf, maar vooral van de manier waarop we ermee omgaan?
Twee collega’s, twee kwaliteiten en toch irritatie
Stel je twee collega’s voor die allebei belangrijk zijn voor het succes van een organisatie.
De ene is sociaal, enthousiast en praat gemakkelijk met klanten. Hij ziet kansen, legt snel contacten en weet regelmatig opdrachten binnen te halen. Hij denkt graag in mogelijkheden en durft buiten de gebaande paden te gaan.
De voorbereiding is alleen niet altijd even zorgvuldig. Details worden soms over het hoofd gezien en afspraken zijn niet altijd volledig uitgewerkt.
Zijn collega kijkt daar anders naar. Hij werkt nauwkeurig, denkt vooruit en zorgt ervoor dat de werkplaats goed voorbereid aan de slag kan. Hij heeft oog voor details die anderen gemakkelijk missen en zorgt ervoor dat plannen ook daadwerkelijk uitvoerbaar zijn.
Maar waar de één kansen ziet, ziet de ander soms risico’s. Waar de één snel wil schakelen, wil de ander eerst weten of alles klopt.
De commerciële collega vindt zijn collega misschien wat star en weinig flexibel. De collega die de voorbereiding verzorgt, ergert zich aan de slordigheid en het gebrek aan structuur.
En zo ontstaat er ruis.
Het bijzondere is dat ze allebei een punt hebben.
Zonder de commerciële kwaliteiten van de één komen er misschien minder opdrachten binnen. Zonder de zorgvuldigheid van de ander wordt het een stuk lastiger om die opdrachten goed uit te voeren.
Het probleem zit dus niet simpelweg in hun verschillende gedragsstijlen. Het ontstaat vooral wanneer ze elkaars kwaliteiten onvoldoende herkennen en vooral last krijgen van elkaars gedrag.
De vraag is niet wie zich moet aanpassen aan de ander. De vraag is hoe ze hun kwaliteiten beter op elkaar kunnen afstemmen.
De commerciële collega kan leren om belangrijke afspraken en informatie zorgvuldiger over te dragen. De collega die de voorbereiding verzorgt, kan onderzoeken waar iets meer flexibiliteit mogelijk is zonder dat de kwaliteit van het werk eronder lijdt.
Ze hoeven niet hetzelfde te worden. Ze moeten leren hoe ze elkaar kunnen aanvullen.
Van verschil naar oordeel
Wat gebeurt er eigenlijk wanneer we ons aan iemand ergeren?
Vaak zien we bepaald gedrag en verbinden daar direct een betekenis aan.
Iemand stelt veel vragen en we vinden hem kritisch. Iemand neemt weinig initiatief en we noemen haar afwachtend. Een collega wil snel door en krijgt het stempel ongeduldig. Iemand die alles zorgvuldig controleert, zou vooral moeilijk doen.
Maar weten we eigenlijk wel wat erachter zit?
Misschien stelt iemand vragen omdat hij het goed wil begrijpen en fouten wil voorkomen. Misschien wacht iemand af omdat hij anderen ruimte wil geven. Of misschien wil een collega eerst zekerheid voordat hij een besluit neemt.
We zien het gedrag, maar de betekenis die we eraan geven, komt vaak voort uit onze eigen verwachtingen en ervaringen.
Dat betekent niet dat ieder gedrag prettig is of dat alles maar goed gevonden moet worden. Wel dat er een verschil is tussen benoemen wat iemand doet en oordelen over wie iemand is.
Wanneer we gedrag persoonlijk maken, wordt het lastiger om nieuwsgierig te blijven. We gaan ons verdedigen, trekken ons terug of proberen de ander te overtuigen van ons eigen gelijk.
Een oordeel kan de afstand vergroten, terwijl nieuwsgierigheid juist ruimte maakt voor begrip.
En juist die nieuwsgierigheid hebben we nodig om beter samen te werken.
We hoeven niet hetzelfde te zijn
Ik geloof niet dat sterke teams bestaan uit mensen die allemaal hetzelfde denken, op dezelfde manier communiceren of op dezelfde manier werken.
Juist de verschillen kunnen waardevol zijn.
De één ziet kansen en brengt enthousiasme. De ander houdt overzicht en ziet wat er nodig is om plannen uit te voeren. Iemand stelt kritische vragen, terwijl een collega juist helpt om verbinding te houden.
Niet ieder verschil levert automatisch iets positiefs op. Verschillen kunnen botsen, zeker wanneer de werkdruk hoog is, verwachtingen niet duidelijk zijn of mensen elkaar onvoldoende kennen.
De uitdaging is daarom niet om alle verschillen weg te nemen. De uitdaging is om te ontdekken hoe je ermee omgaat.
Wat heeft dit team nodig? Welke kwaliteiten zijn aanwezig? En hoe zorgen we ervoor dat die kwaliteiten elkaar aanvullen in plaats van tegenwerken?
Daar begint voor mij sterke samenwerking.
Jezelf blijven én rekening houden met de ander
Begrip voor een ander betekent niet dat je jezelf moet aanpassen om de harmonie te bewaren.
Je mag direct zijn. Je mag behoefte hebben aan structuur. Je mag graag overleggen of juist zelfstandig werken.
Het gaat er niet om dat je jouw eigen voorkeuren loslaat. Het gaat erom dat je leert herkennen wanneer jouw gebruikelijke manier van doen goed werkt en wanneer een andere aanpak meer helpt.
Misschien vraagt een collega om wat meer tijd om informatie te verwerken. Misschien heeft het team juist behoefte aan een duidelijk besluit. Of vraagt een lastig gesprek om eerst aandacht voor de relatie voordat je samen naar een oplossing zoekt.
Je kunt trouw blijven aan jezelf en tegelijkertijd rekening houden met wat een situatie vraagt.
Dat vraagt bewustzijn en soms ook oefening.
Ik noem dat gedragslenigheid: zien wat een situatie vraagt, bewust je gedrag kiezen en dat gedrag inzetten.
Niet omdat je iemand anders moet worden, maar omdat je meer mogelijkheden ontwikkelt om effectief met anderen samen te werken.
Hoe DISC helpt om gedrag beter te begrijpen
In mijn trainingen gebruik ik DISC om verschillen in gedrag zichtbaar en bespreekbaar te maken.
De ene persoon is bijvoorbeeld van nature meer gericht op contact, enthousiasme en mogelijkheden. Een ander hecht meer waarde aan feiten, nauwkeurigheid en een goede voorbereiding.
Beide manieren van werken hebben kwaliteiten. En beide kunnen onder bepaalde omstandigheden ook uitdagingen opleveren.
DISC helpt om daar woorden aan te geven. Niet om mensen in hokjes te plaatsen of hun gedrag als excuus te gebruiken, maar om beter te begrijpen waarom mensen soms anders reageren dan we verwachten.
Het gaat daarbij niet om de vraag welke stijl het beste is. Het gaat om de vraag wat de situatie vraagt en hoe verschillende stijlen elkaar kunnen aanvullen.
Wanneer een team dat inzicht ontwikkelt, ontstaat er ruimte voor andere gesprekken.
In plaats van: Waarom ben jij altijd zo moeilijk?
Kun je vragen: Wat heb jij nodig om je werk goed te kunnen doen, en wat hebben we van elkaar nodig om samen verder te komen?
Dat is een heel ander vertrekpunt.
Van zien naar begrijpen en benutten
In mijn aanpak werk ik vanuit drie stappen: Zie – Begrijp – Benut.
1. Zie — Wat gebeurt er werkelijk?
Kijk naar concreet gedrag zonder meteen een oordeel te vormen.
Wat zie of hoor je? Wat doet iemand precies? In welke situatie ontstaat de irritatie?
In het voorbeeld van de twee collega’s gaat het niet simpelweg om een lastige collega. Het gaat om een commerciële overdracht die soms onvoldoende is voorbereid en een collega die moeite heeft om flexibel met veranderingen om te gaan.
Door het gedrag concreet te maken, ontstaat er ruimte om erover te praten.
2. Begrijp — Wat zit erachter?
Onderzoek elkaars perspectief.
Wat probeert de ander te bereiken? Welke kwaliteiten brengt iemand mee? Wat vindt diegene belangrijk in het werk?
De ene collega wil kansen benutten en opdrachten binnenhalen. De andere collega wil ervoor zorgen dat afspraken uitvoerbaar zijn en het werk goed verloopt.
Wanneer ze elkaars bijdrage beter begrijpen, kunnen ze ook beter bespreken wat ze van elkaar nodig hebben.
Begrijpen betekent niet dat je het overal mee eens moet zijn. Het betekent dat je bereid bent verder te kijken dan je eerste oordeel.
3. Benut — Wat helpt ons verder?
Vertaal het inzicht naar concreet gedrag en duidelijke afspraken.
De commerciële collega kan bijvoorbeeld afspreken om belangrijke informatie en wijzigingen zorgvuldig over te dragen. De collega die de voorbereiding verzorgt, kan aangeven welke informatie echt noodzakelijk is en waar ruimte is om flexibel te schakelen.
Zo wordt het niet alleen een gesprek over irritaties, maar vooral een gesprek over hoe ze samen beter kunnen werken.
Inzicht krijgt pas waarde wanneer je er iets mee doet.
Vijf vragen die je als team verder helpen
Je hoeft niet meteen een uitgebreide teamsessie te organiseren om anders naar gedrag te kijken. Je kunt vandaag al beginnen met een gesprek.
Neem bijvoorbeeld eens deze vragen mee naar een teamoverleg:
- Welk gedrag van een collega vind ik soms lastig? Probeer zo concreet mogelijk te benoemen wat je ziet of hoort.
- Welk oordeel verbind ik daaraan? En weet ik zeker dat mijn interpretatie klopt?
- Welke andere verklaring zou er kunnen zijn? Wat zou de bedoeling van de ander kunnen zijn?
- Wat kan ik zelf anders doen? Zonder de verantwoordelijkheid voor de samenwerking volledig bij de ander te leggen.
- Hoe kunnen we onze verschillen beter benutten? Welke afspraken helpen ons om elkaar aan te vullen?
Het zijn eenvoudige vragen, maar ze kunnen een gesprek op gang brengen dat anders misschien niet gevoerd zou worden.
Niet om elkaar te overtuigen van het eigen gelijk, maar om beter te begrijpen wat er tussen mensen gebeurt.
En soms begint daar al iets te veranderen.
We hoeven het niet altijd met elkaar eens te zijn
Wat mij betreft geldt dit niet alleen op de werkvloer. Ook in onze persoonlijke relaties, binnen gezinnen, in de sport en in de samenleving komen we dagelijks verschillen tegen.
We hebben allemaal onze eigen overtuigingen, ervaringen en verwachtingen. Dat hoort bij mensen.
Juist daarom vind ik het belangrijk om niet bij ieder verschil direct een oordeel te vormen of te verwachten dat de ander zich aanpast.
Afspraken en regels zijn nodig. Maar ze lossen niet automatisch ieder misverstand op. Daarvoor moeten we ook bereid zijn naar elkaar te luisteren, vragen te stellen en ons eigen perspectief af en toe ter discussie te stellen.
We hoeven het niet altijd met elkaar eens te zijn om samen verder te komen. We moeten wel bereid zijn elkaar te begrijpen.
Dat is voor mij de basis van sterke samenwerking.
Wees jezelf. Waardeer verschil. Versterk elkaar.
Bij theChampionCoach help ik teams om gedrag beter te begrijpen, verschillen bespreekbaar te maken en hun kwaliteiten bewuster te benutten.
Niet door iedereen hetzelfde te maken, maar door te ontdekken hoe mensen elkaar kunnen aanvullen en versterken.
Merk je dat er binnen jouw team irritaties ontstaan, dat de communicatie stroever loopt of dat kwaliteiten onvoldoende worden benut?
Dan denk ik graag met je mee.
Met een interactieve DISC-teamtraining of een traject voor teamontwikkeling onderzoeken we wat er speelt, maken we gedrag bespreekbaar en werken we aan praktische afspraken die de samenwerking versterken.
Benieuwd wat jouw team verder kan helpen? Neem gerust contact op met theChampionCoach.



Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!